Categorie archief: Zomaar een stadswijk en haar bewoners

Zomaar een maandagochtend

De nieuwe week is weer begonnen. Als ik de gordijnen openschuif zie ik hoe op de bovenste verdieping van de flat aan de overkant de was aan de lijn wordt gehangen. Een tweepersoons oranje-geruite dekbedhoes wappert al zachtjes in het waterige zonnetje en beneemt de benedenburen het uitzicht. Drie binnenstebuiten gedraaide spijkerbroeken zijn met de pijpen om de lijn gevouwen en worden door zes paar knijpers vastgehouden. Ernaast is nog net plaats voor een grijs T-shirt met een kleurige opdruk, onleesbaar door de afstand. De lege wasmand gaat weer mee naar binnen en de keukendeur wordt op slot gedraaid.

In het winkelcentrum zijn de winkels nog gesloten. Gevulde vuilniszakken staan naast de net geleegde prullenbakken. Een in oranje pak geklede schoonmaker veegt de vele achteloos weggeworpen peuken op een hoopje. Zijn collega volgt hem met de stofzuiger en een derde bewerkt het trottoir met de boenmachine, natte cirkelvormige afdrukken achterlatend.

In de etalages van het warenhuis liggen in Sinterklaaspapier verpakte en met rode linten versierde dozen tussen de uitgespreide peper- en kruidnoten.
Op mijn ochtendrondje met Kaya ben ik op weg naar de Turkse bakker, de enige die al vroeg de deuren van zijn zaak heeft geopend. In de glazen vitrines ligt een groot aantal roze marsepeinen biggetjes te wachten tussen de zoete Turkse lekkernijen en een enorme stapel gevulde speculaas. Op de toonbank staat een schaal met witte, bruine en koffiekleurige borstplaat. De altijd vriendelijke, goedlachse eigenaar stopt met het vullen van het net door hem bereide deeg, om de papieren zakken te vullen met mijn bestelling: twee bruine pistoletjes en een half casinowit om tosti’s te maken. De geur van reeds voorgebakken en nog nadampende Turkse pizza’s vult de ruimte en aan het tafeltje in de hoek wordt er al xc3xa9xc3xa9n naar binnen gewerkt door een vroege bezoeker, die onderwijl zijn bij het busstation gratis meegenomen Spits met het laatste nieuws bestudeerd.

Zomaar een maandagochtend in een Haagsche stadswijk.

Lichtjes

Ik loop er dagelijks doorheen, door het winkelcentrum.
Op weg naar het busplatform of naar de supermarkt om de dagelijkse boodschappen in te slaan. Op mijn gemakje om even bij de diverse winkels rond te neuzen in de rekken met CD’s of op de boekenafdeling van het warenhuis te snuffelen tussen de nieuwste uitgaven.
Zo ook gisteren aan het eind van de middag.
Ik wilde mezelf verwennen met een lekkere warme maaltijd, iets waar ik niet altijd zoveel zin in heb, daarom haal ik de ingredixc3xabnten meestal pas vlak voor ik aan mijn kookkunsten ga beginnen in huis, zo weet ik zeker dat er niets overbodigs in mijn koelkast blijft liggen.
Het miezerde en de weinige mensen die me tegemoet kwamen hadden haast om thuis te komen met hun boodschappen. Anderen liepen mij snel voorbij richting bushuisjes, weggedoken in hun jassen met soms aan de onderkant nog net zichtbaar een randje van hun werkkleding, waardoor meteen duidelijk was in welke winkel ze die dag de schappen hadden gevuld of de kassa hadden bemand.
Nu de wintertijd is begonnen en het al weer zo vroeg donker is, viel me toen ik het plein overstak op dat er iets veranderd was. Toen ik zag wat het was bleef ik even staan om ze te bewonderen. De honderden lichtjes van de aan de gevels opgehangen kerstversieringen. Prachtig schitterend in de avondschemering. Zachtjes heen en weer deinend in de wind met om elk lampje een wazige krans van regendruppeltjes.