Categorie archief: Tussen sloop en nieuwbouw

Maandagavond

Het is altijd even schrikken als ’s avonds de bel gaat zeker als het al half twaalf is.
Aan het geluid kan ik horen dat het de bovenbel is die klinkt een beetje schor.
Kaya springt overeind en rent blaffend naar de deur.
Nu hebben allebei mijn zoons een sleutel dus die zijn het niet en als ze zo laat komen
om iets af te geven of op te halen, sturen ze van tevoren een sms-je.

De buurvrouw met wie ik heb afgesproken dat ze altijd mag bellen als er iets is, is een stuk kleiner dan de gestalte die ik door het met gekleurde folie beplakte raampje zie staan.
Als ik de deur open doe staat Kaya gelijk naast een blonde jongeman die verschrikt een stapje opzij doet.
Met overslaande stem zegt hij: “U kent me toch, ik zie u wel lopen met de hond,
ik woon hier ook”.

En ja ik ken hem. Ik zie aan zijn gezicht dat hij het moeilijk heeft, grote ogen in een bleek en mager gezicht, zijn mond enigszins vertrokken. Hij kan niet stil staan en wipt van de ene voet op de andere.

“Ik heb geld nodig, heeft u een tientje?”

Zo rustig mogelijk leg ik hem uit dat ik nooit cash geld in huis heb.

“Ook niet een paar losse euro’s?”

Ik antwoord ontkennend, waarna hij met grote stappen richting trappenhuis verdwijnt.

Van andere bewoners had ik al gehoord dat, als hij weer eens in de problemen zit, hij vaker ergens aanbelt en ook dat er meerderen zijn die hem uit medelijden wat geld lenen. Teruggeven gebeurt niet, ook al belooft hij dat de volgende dag toch echt te zullen doen.

Ik heb er slecht van geslapen en ben erg blij dat mijn zoons de verleiding om aan de drugs te gaan altijd hebben kunnen weerstaan.

Ontmoeting

Het Zuiderpark is een van de plekken waar ik geregeld wandel met Kaya. Het is lekker dichtbij en ze kan in haar eigen tempo, soms achterblijvend om te snuffelen, soms hard vooruit rennend omdat ze de geur van iets heeft opgevangen, heerlijk loslopen.

Van pup af aan is ze gewend dat mensen haar bewonderen en graag aanhalen. Ze mag dan wel groot zijn, door de tekening op haar snuit ziet ze er erg vriendelijk uit.
Niets leukers is er dan ook voor haar om medewandelaars te begroeten, ze vindt het leuker dan op het hondenveldje met andere honden te rennen temeer daar die de gewoonte hebben haar achterste te besnuffelen en daar is ze niet echt van gediend.

Als je zo regelmatig dezelfde route loopt kom je natuurlijk ook vaak dezelfde mensen tegen.
Het groepje jongeren dat regelmatig onder begeleiding van een aantal volwassenen ons pad kruist behoort tot Kaya’s favorieten.

Iedere keer verloopt de ontmoeting volgens hetzelfde scenario. Het merendeel van de jongeren springt met een gilletje opzij of probeert zich achter de rug van de begeleiders of achter een boom te verschuilen.
Exc3xa9n van de jongens doet dat niet van verre roept hij : “Bijt ie, mag ik hem aaien?”.
“Ja hoor” zeg ik dan “Roep haar maar ze heet Kaya”.

Zodra hij haar naam roept loopt ze voorzichtig naar hem toe. Met zijn arm uitgestrekt zegt de jongen dan ” Zit!!”, waarop Kaya naast hem gaat zitten en hij met zijn hand zachtjes over haar rug aait. Zijn gezicht straalt van blijdschap en trots zegt hij tegen de anderen “Hij luistert naar me, die hond is lief, hoef je niet bang voor te zijn “.

Schoorvoetend komen de anderen tevoorschijn en als ze het aandurven steken ze voorzichtig een hand uit om haar even aan te raken.

Met zoveel aandacht gaat Kaya er graag bij liggen om zelfs van plezier op haar rug te rollen.
Daar moeten ze altijd erg om lachen.

“Een circus-hond”, wordt er geroepen.

Lachend en druk tegen elkaar pratend lopen ze even later weer door, af en toe omkijkend en om het hardst roepend “Dag Kaya, dag Kaya”

Om aan te geven hoe bijzonder deze ontmoetingen zijn het betreft een groepje geestelijk en lichamelijk gehandicapte jongeren en het is prachtig om te zien hoe zij en Kaya op elkaar reageren en hoeveel vreugde zij aan het contact beleven.