Categorie archief: Zomaar een stadswijk en haar bewoners

Regelmatig

Regelmatig zie ik haar gaan.

Op hoge naaldhakken, behangen met kettingen, oorbellen en andere glitters, gekleed in een net over haar billen reikend zwart-leren minirokje, haar lange zwarte haar achteloos naar achteren zwaaiend. Heupwiegend groet ze de vaste bezoekers van het terras bij het cafxc3xa9. Haar leeftijd is moeilijk in te schatten, maar ze behoort niet meer tot de jongsten.

Regelmatig zie ik haar staan.

Voorover gedoken in de betonnen afvalbakken naast de flat.
Met een stok haalt ze de daarin gedeponeerde vuilniszakken naar boven, scheurt ze open en zoekt tussen het afval naar iets wat ze wellicht nog kan gebruiken.

Regelmatig zie ik haar zitten.

Wanneer Kaya rondsnuffelt in de de bosjes bij de kerk en zij op een stenen opstapje zit met een stapel plastic tasjes en haar pas verworven bezittingen uitgespreid naast zich.

Bezoekers

Gisterochtend om een uur of half twaalf kwam mijn zoon langs met een stapel was. Vaste prik sinds hij op zichzelf woont en zonder wasmachine zit.
Hij dook achter mijn PC om even te msn-en met wat vrienden en ik zette het apparaat aan.

Na een uurtje kon ik de eerste was buiten in het zonnetje en in de wind te drogen hangen.

Nu loopt achter mijn flat een aan twee kanten door een paaltje afgesloten laden en lossen ventweg. In een hoekje stonden twee manspersonen allebei met een biertje in de hand en meerdere flesjes  op de grond,  luid joelend te wildplassen, waarna zij lacherig een eindje verderop gingen zitten met hun rug tegen de muur aan de achterkant van één van de winkels.

De enkele fietser die het sluipweggetje gebruikte, werd uitgejouwd of aan zijn on-Hollandse uiterlijk herinnerd. Met wisselende reacties van hard door fietsen tot opmerkingen als Sodemieter op
en Klootzakken , ik kom hier vandaan hoor.

Op een gegeven moment begonnen ze te zingen: “Hand in hand kameraden, hand in hand voor Feyenoord 1…”, moet je echt doen in een wijk op loopafstand van het ADO-stadion.
Ze kregen dan ook weerklank vanaf een balkonnetje verderop: “Wat nah, de Haag zai je bedoeluh !! “

Dolle pret hadden mijn zoon en ik temeer daar de twee heren zich even later languit neervlijden op de grond.

Toen ik om half vijf de was weer binnenhaalde waren ze vertrokken, maar op de muur in het hoekje was een grote natte plek nog duidelijk zichtbaar.